Terminologie

Terminologie = Moeilijke woorden.

De moeilijke woorden komen vaak voorbij, maar wat betekenen ze precies? We proberen het op deze pagina uit te leggen.


NT-1 – Dat zijn mensen die Nederlands als eerste taal hebben. Kort gezegd: alle Nederlanders die hier geboren zijn.

NT-2 – Dat zijn mensen die Nederlands niet als moedertaal spreken maar als tweede taal. Anderstaligen dus.

TaalniveauHet niveau waarop je spreekt. Voor NT-2 zijn dat de niveaus A1, A2, B1, B2 en C1 en C2, Voor NT-1 is dat de F-score.

Taalcoach – Een taalvrijwilliger (van de bibliotheek).

Verblijfsvergunning Een verblijfsvergunning is een officiële toestemming die een niet-Nederlander nodig heeft om in Nederland te mogen wonen en/of werkenHet is een document dat aantoont dat je rechtmatig in Nederland verblijft. Er zijn verschillende soorten verblijfsvergunningen, afhankelijk van de reden van verblijf. Werk, studie, gezinshereniging, etc.

MVV-plicht – Een Machtiging tot voorlopig verblijf.
Komt u van buiten de Europese Unie (EU) en wilt u langer dan 90 dagen in Nederland verblijven? Dan heeft u meestal een verblijfsvergunning nodig. Soms moet u daarvoor eerst een MVV aanvragen.
Uit de volgende landen hoeft u geen MVV aan te vragen: Australië, Canada, Japan, Monaco, Nieuw-Zeeland, Vaticaanstad, Verenigd Koninkrijk, Verenigde Staten en Zuid-Korea.

Asielzoeker – Een asielzoeker is iemand die zijn land van herkomst heeft verlaten en in een ander land bescherming zoekt, door asiel aan te vragenDe asielprocedure wordt gestart bij het indienen van een asielverzoek. Zolang de asielaanvraag in behandeling is, en de persoon nog geen vluchtelingenstatus heeft, wordt hij of zij als asielzoeker beschouwd. 

Vluchteling – Een vluchteling is iemand die een asielverzoek heeft ingediend en wiens asielaanvraag is goedgekeurd, en die de vluchtelingenstatus heeft gekregen

Statushouder – Wanneer een asielzoeker een verblijfsvergunning krijgt, wordt hij of zij een statushouder (of vergunninghouder) genoemd.

Inburgeren – Mensen die voor lange tijd met een verblijfsvergunning in Nederland komen wonen, moeten Nederlands leren en begrijpen hoe de samenleving werkt. Dat heet inburgeren.

Brede Intake – Eerste kennismaking met een inburgeraar waarbij je kijk naar de capaciteiten, persoonlijke situatie, interesses en werkervaring. En of ergens extra ondersteuning bij nodig is. Op basis hiervan kan je de inburgeraar goed begeleiden bij de inburgering en route naar werk (of andere vorm van maatschappelijke participatie).

PIB – Portaal Inburgering (van de gemeente)

Leerbaarheidstoets (LBT) – Om de leerroute te bepalen, wil je weten welk niveau van de Nederlandse taal een inburgeraar kan bereiken tijdens het inburgeringstraject. Dit gebeurt met de leerbaarheidstoets en is onderdeel van de brede intake.

Persoonlijk Plan Inburgering en Participatie (PIP) – is een op maat gemaakt plan dat helpt bij de inburgering van nieuwkomers in Nederland.

DUO – Dienst Uitvoering Onderwijs. Verstrekt o.a. studiefinanciering.

Inburgeringsexamen – Het inburgeringsexamen is bedoeld om inburgeraars te laten zien dat ze voldoende kennis van de Nederlandse taal en de Nederlandse samenleving hebben om te kunnen participeren in de Nederlandse maatschappij.

Staatsexamen NT2 – Het Staatsexamen NT2, ofwel Nederlands als Tweede Taal, is een officieel examen dat de Nederlandse taalvaardigheid op verschillende niveaus toetst, en kan gebruikt worden als onderdeel van het inburgeringstraject, maar ook voor andere doeleinden zoals studies of werk.