Inburgeren in Nederland betekent dat nieuwkomers, voornamelijk mensen van buiten de Europese Unie, de Nederlandse taal leren en kennis opdoen van de Nederlandse samenleving en arbeidsmarkt.

Wat houdt inburgeren in?
-
Nederlandse taal leren:Nieuwkomers volgen cursussen om de Nederlandse taal te leren, zodat ze kunnen communiceren en functioneren in het dagelijks leven.
-
Kennis van de Nederlandse maatschappij (KNM):Ze leren over de Nederlandse cultuur, gewoonten, normen en waarden, en hoe de overheid en andere instellingen werken.
- Het Participatieverklaringstraject (PVT):
In dit traject maken nieuwkomers kennis met de rechten, plichten en waarden van de Nederlandse samenleving en ondertekenen ze de participatieverklaring. -
Module Arbeidsmarkt en Participatie (MAP):Inburgeringstrajecten bevatten vaak ook modules over de Nederlandse arbeidsmarkt, zodat nieuwkomers hun kansen op de arbeidsmarkt kunnen vergroten.
-
Inburgeringsexamen:Uiteindelijk moeten nieuwkomers een inburgeringsexamen afleggen, waarin ze laten zien dat ze de Nederlandse taal voldoende beheersen en kennis hebben van de Nederlandse samenleving.Je krijgt 3 jaar de tijd om aan de inburgeringsplicht te voldoen.
Voldoe je niet op tijd aan de inburgeringsplicht? Dan kun je een boete krijgen en kom je niet in aanmerking voor een permanente verblijfsvergunning of de Nederlandse nationaliteit.
Het inburgeringstraject start altijd met een Brede intake bij de gemeente. Na een gesprek en een Leerbaarheidstoets (LBT) wordt een persoonlijk plan inburgering en participatie (PIP) opgesteld.
Er zijn 3 routes te volgen:
De B1-route, De Onderwijsroute en de zelfredzaamheidsroute. Op de speciale pagina “Inburgeringsroutes” kun je daar meer over lezen en kun je jezelf aanmelden voor een eerste gesprek.
In het kort:
1.) Brede Intake bij de Gemeente. In jouw geval is dat bij de stichting ZO!
Het gesprek bestaat uit een kennismaking, uitleg over de procedure en een Leerbaarheidstoets. (LBT)
2.) Er wordt samen met jou een persoonlijk plan inburgering en participatie (PIP) gemaakt.
Daarin staan alle afspraken vastgelegd.
3.) Daarna zijn er 3 leerroutes.
4.) Je gaat studeren op school via cursusssen.
5.) Ter afsluiting is er een Staatsexamen.
