Wat is een taalniveau?
Er zijn 6 taalniveaus.
Het gaat hier dus om het niveau in een ándere taal dan iemands moedertaal. NT2.
De taalniveaus A1, A2, B1, B2, C1 en C2 geven aan hoe makkelijk of moeilijk een tekst is om te lezen, te schrijven en te begrijpen.
Taalniveaus A, B en C voor NT2:
A1 – Heel eenvoudig
A2 – Eenvoudig
B1 – Normaal
B2 – Gevorderd
C1 – Moeilijk
C2 – Heel moeilijk
Als taalcoach hebben we voornamelijk te maken met de taalniveaus A1, A2 en B1.
Als je een andere taal op A1-niveau beheerst, kun je:
- vertrouwde dagelijkse uitdrukkingen en basiszinnen gebruiken die gericht zijn op concrete behoeften en gebruiken;
- jezelf aan anderen voorstellen;
- vragen stellen en beantwoorden over persoonlijke gegevens, zoals waar je woont, over mensen die je kent en over dingen die je bezit;
- persoonlijke gegevens invullen op een formulier, bijvoorbeeld je naam, adres en nationaliteit;
- op een eenvoudige manier reageren op anderen, als zij langzaam en duidelijk praten en bereid zijn om te helpen.
A2-niveau (basisgebruiker)
Als je een andere taal op A2-niveau beheerst, kun je:
- zinnen en regelmatig voorkomende uitdrukkingen begrijpen die verband hebben met zaken van direct belang (bijvoorbeeld persoonsgegevens, familie, winkelen, plaatselijke geografie, werk of opleiding);
- communiceren tijdens simpele en alledaagse taken en een korte boodschap, zoals een bedankbriefje schrijven;
- in eenvoudige bewoordingen aspecten van je eigen achtergrond en omgeving beschrijven.
B1-niveau (onafhankelijke gebruiker)
Als je een andere taal op B1-niveau beheerst, kun je:
- de belangrijkste punten begrijpen uit duidelijke standaardteksten over vertrouwde zaken die regelmatig voorkomen op het werk, op school en in de vrije tijd;
- je redden in de meeste situaties die kunnen optreden tijdens het reizen in gebieden waar de betreffende taal wordt gesproken;
- een eenvoudige, samenhangende tekst schrijven over onderwerpen die vertrouwd zijn of van persoonlijk belang;
- een beschrijving geven van ervaringen en gebeurtenissen, dromen, verwachtingen en ambities;
- kort redenen en verklaringen geven voor meningen en plannen.
Anderstaligen die Nederlands leren als vreemde taal (NT2), hebben in Nederland B1-niveau nodig (Staatsexamen NT2 Programma I) om een beroepsopleiding of mbo-opleiding te volgen.
B2-niveau (onafhankelijke gebruiker)
Als je een andere taal op B2-niveau beheerst, kun je:
- de hoofdgedachte van een ingewikkelde tekst begrijpen, zowel over concrete als over abstracte onderwerpen, met inbegrip van technische besprekingen in je eigen vakgebied;
- zo vloeiend en spontaan reageren dat een normale uitwisseling met moedertaalsprekers mogelijk is zonder dat dit voor een van de partijen inspanningen met zich meebrengt;
- duidelijke, gedetailleerde teksten schrijven over een breed scala van onderwerpen;
- een standpunt over een actuele kwestie uiteenzetten en daarbij ingaan op de voor- en nadelen van diverse opties.
Anderstaligen die Nederlands leren als vreemde taal (NT2) hebben in Nederland B2-niveau nodig (Staatsexamen NT2 Programma II) om een hbo- of universitaire opleiding te volgen.
Het vwo-eindniveau voor Engels, Frans, Duits en Spaans gaat uit van B2-niveau.
Bron: Onzetaal
Taalniveau’s F voor NT1:
Voor de beheersing van het Nederlands als eigen taal gebruikt het onderwijs vaak de niveaus van de commissie-Meijerink. Die lopen van 1F tot en met 4F.
De letter F staat voor ‘fundamenteel niveau’.
1F – Einde basisschool
2F – Einde VMBO, MBO-1, 2 en 3
3F – MBO-4 en HAVO
4F – Einde van het VWO
